maandag 28 november 2011

3F of lager

'Taaleisen leiden tot tekort peuterleidsters,' lees ik op Nu.nl. Er is in de Tweede Kamer weer een motie aangenomen, namelijk. De dames (m/v?) dienen volgens de motie geslaagd te zijn voor een toets op niveau 3F, waar momenteel de meeste peuterleidsters 2F of lager hebben. Dat betekent dat zij de volgende vaardigheden dienen te beheersen:

  • kan actief en effectief deelnemen aan discussies, debatten en overleg, reageert adequaat op gesprekspartners, beschikt over een goede woordenschat;
  • kan relatief complexe teksten lezen en de hoofdgedachte in eigen bewoordingen weergeven;
  • kan tekstsoorten benoemen en trekt conclusies over intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur;
  • kan adolescentenliteratuur en eenvoudige volwassenenliteratuur kritisch lezen;
  • kan met leeftijdgenoten discussiëren over de interpretatie en kwaliteit van de literaire teksten;
  • kan gedetailleerde teksten schrijven waarin informatie en argumenten uit verschillende bronnen bijeengevoegd en beoordeeld worden;
  • kan aantekeningen maken van een helder gestructureerd verhaal.
Het is van essentieel belang dat kinderen in de periode van hun leven waarin ze het meest aan vaardigheden oppikken (hun jonge jaren) in een situatie verkeren waarin de met correct Nederlands in aanraking komen. Wanneer een peuterleidster alleen Swahili en Oezbeeks spreekt, is deze in Nederland niet geschikt voor de functie, tenzij er reden is het kind in het Swahili of het Oezbeeks op te voeden, maar dat lijkt me buiten de verantwoordelijkheden van de Nederlandse overheid te liggen.

Kinderen pakken op in hun vroegste jaren de meeste dingen op van personen met autoriteit. Dat is de reden dat de kerk altijd wilde dat je je kind zo jong mogelijk kwam afleveren. Op die manier was het kind nog kneedbaar en kon het volgestouwd worden met datgene dat de priester erin wilde stoppen (no pun intended). Dat is ook dat onderwijs juist voor kinderen verplicht is en niet voor senioren, die er wellicht heel veel voldoening uit kunnen halen. Ik zie dat laatste bij lezingen over de oudheid heel erg, maar dat is een hele andere discussie.

Er moeten zeker eisen worden gesteld naar het niveau van deze belangrijke figuren in de ontwikkeling van kinderen, maar de vraag is of 3F het juiste niveau is. Is het zo dat het van cruciaal belang is dat álle peuterleidsters in staat zijn om de hoofdgedachte in relatief complexe teksten in eigen woorden te verwoorden? Wordt de ontwikkeling van het kind geremd als de peuterleidster geen adolescentenliteratuur kritisch kan lezen? Ik denk het niet.

In feite gaat het er bij de peuterleidster om dat zij de kinderen begrijpt en de taal spreekt. Dat gaat verder dan het niveau van de kinderen en het zou niet goed zijn als de peuterleidster met peutertaal op de kinderen zou inpraten, maar het is niet nodig dat de kinderen zich "bewust dienen te zijn van de consequenties van hun op hande zijnde lichamelijke conflict". Het is goed dat er iemand rond loopt die dit kan verwoorden en het is een pre als dat er niet eentje is, maar meerderen, maar voor het functioneren als peuterleidster is dat geen belangrijke eis. Mijn moeder had vroeger een peuterspeelzaal in Oisterwijk en daar kwam ik na school altijd op woensdag mee op de kinderen letten. Het feit dat ik als kind niet wist wat "consequenties" zijn heet geen consequenties voor de kinderen gehad, want de bal waarmee ze speelden was net zo rond en de geitjes die ze wilden aaien, die beten net zo hard. Ik hielp mijn moeder een beetje om ervoor te zorgen dat die kinderen elkaar niet op de bek timmerden, want "dan wordt het huilen."

Het onderwijs is steeds meer een woud van regeltjes geworden waar middel en doel steeds weer niet uit elkaar te houden zijn. Het is allemaal niet zo moeilijk. De eeuwige onderwijs-bepaal-ziekte van de politiek lijkt steeds meer op een "kijk mij eens het beste met de kinderen voor hebben"-show te zijn. Peuterleidsters dienen correct Nederlands te spreken, allemaal. Als er eentje er regelmatig Franse woorden tussendoor gooit en daarmee de kinderen in verwarring brengt, is deze persoon niet geschikt, maar goed is goed. Dit gaat niet om een CDA-congres. Dit zijn kinderen. Zij moeten leren wat er in de wereld te koop is en het is belangrijk dat zij dit doen onder competente begeleiding. Taal is daarin een belangrijke factor, een hele belangrijke factor, misschien zelfs de belangrijkste factor, maar niet de allesbepalende factor.

Daarnaast, wat is er mis met een gezond personeelsbeleid? De dames die bij mijn moeder in dienst waren, 20 jaar geleden, zij spraken, als ik het me goed herinner, prima Nederlands. Ze konden goed luiers verschonen en er zijn nooit de minste geruchten over vreemd gedrag uit die peuterspeelzaal gekomen. Misschien was het wel een hele goeie tent. Laat dat dan het onderscheidende element zijn en zorg ervoor dat de eisen voor peuterspeelzalen voldoen aan datgene dat volgens de mensen die er verstand van hebben (dus niet per se de 'deskundigen') belangrijk is. De onderwijsinspectie moet dan goed opletten en ervoor zorgen dat deze eisen geen struikelblok zijn. Zoals bij basisscholen kan eventueel ingegrepen worden, maar niet op basis van een papieren werkelijkheid. 

Op papier is Real Madrid misschien de beste voetbalclub, maar voetbal speel je op gras. Dat is bij bedrijven, andere sportclubs, de wetenschap, de politiek en peuterspeelzalen ook. Ook met taalvermogen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten